Een Kinderdijker hoogaars; logboek van het bouwproces

 uw locatie: www.bootbouwer.nl   Een Kinderdijker hoogaars; logboek van het bouwproces
waarom een hoogaars tekening voorbereiding bouwmateriaal
bouwopstelling het vlak uitzagen van het vlak de stevens
bouwmallen vorm van de gangen gangen branden 1 gangen branden 2
filosofisch intermezzo de spanten het boeisel de zeeg stroken
dekbalken, gangboorden zeilen naaien dek en kajuitopbouw kajuitopbouw
inrichting van de kuip holle giek giek, gaffel en mast deknaden dichten
holle mast roer en zwaarden strijkklamp en berghout mast en want
oliŽn en motorsteun verven, verven waterlijn want, vervolg
droogte tewaterlating leren zwemmen ze kan zwemmen!
kop in de wind      

Voor contact over dit project: stuur een email naar bouwer Andrť Ligthart Schenk

tekening van zeilplanEen Kinderdijker hoogaars is een open platbodem van 6 tot 8 meter. De romp bestaat uit drie sterk uitwaaierende gangen die overnaads worden gebouwd. Het boeisel valt met een hoek van 90 graden naar binnen. De boot heeft betrekkelijk weinig zeeg. Hij is getuigd met een grootzeil met spriet, een fok, een kluiver en een topzeiltje.

Ik ben van plan zo'n boot in eiken te gaan bouwen. De tekening die ik ga gebruiken is een afdruk van een tekening van A.C. Kriens uit 1863, uit de collectie van het Maritiem Museum in Rotterdam.

Bolgers overnaadse ChebaccoDe boot die ik nu wil bouwen moet geschikt zijn voor het Wad en voor meerdaagse tochten. Er zijn tientallen boten waarmee dat kan. Voor mij is het minstens zo belangrijk dat ik de boot die ik bouw echt mooi vind en dat hij traditioneel gebouwd wordt. Daardoor vielen alle boten van multiplex en epoxy (hoe mooi soms ook) uiteindelijk toch af. De hoogaars vind ik er prachtig uitzien en hij wordt gebouwd van eiken.

naar begin pagina
tekening van KriensDe tekening is destijds waarschijnlijk niet gebruikt om een boot mee te bouwen, maar het resultaat van de opmeting van een bestaande boot. Eerste probleempje bij het bekijken van de tekening is: wat is de schaal? Onderaan staat een maatstaf in Amsterdamse Voeten en een onderverdeling van een voet in elf duimen. Een duim was 2,57 cm. Een voet van elf duimen is dus bijna 28,3 cm. De tekening blijkt zo goed als 1:10 te zijn.

Het is niet de bedoeling een exacte kopie te bouwen. Om te beginnen ga ik hem iets lichter bouwen dan op de tekening en ik wil er een bescheiden kajuit in maken. Na lang wikken en wegen heb ik besloten er geen motor in te bouwen en ook geen voorzieningen voor een buitenboordmotor. Een inboardmotor is niet practisch in een boot die 25 cm diep steekt en ik kan voor een buitenboordmotor geen plaats bedenken die ik niet storend vind. Oorzaak is waarschijnlijk dat ik een hekel heb aan verbrandingsmotoren. Elektrisch is onhandig vanwege de paar honderd kilo aan accu's. Ik maak wel een paar lange roeiriemen.

De houtvoorraad Het wordt nu tijd om het hout te kopen. Een collega-bootbouwer (Theo Zant) en ik gaan binnenkort een paar houtzagerijen langs om eikenhout te kopen. De eerste die we wilden bezoeken was de Drentse Fijnhouthandel van der Horst in Nieuw Amsterdam. Theo en ik waren het erover eens: we kunnen hier het hout vinden dat we zoeken. Het eikenhout komt uit het zuiden van Duitsland, is daar in platen gezaagd en heeft jaren in de loods van van der Horst liggen drogen. Ik heb twee stammen gekocht, ťťn in platen van 26 mm en ťťn in platen van 42 mm voor het vlak en de zwaardere delen. Alles is intussen afgeleverd.

naar begin pagina
Bouwopstelling De hoogaars wordt gebouwd op een stellingbank bestaande uit drie bokken van verschillende hoogte waarop het vlak wordt gelegd. Voor en achter is het vlak ongeveer 10 cm hoger dan in het midden. De bokken worden precies op de juiste afstand en keurig uitgelijnd op de houten vloer vastgezet.

Het vlak Uit de platen eiken van 42 mm zijn vijf planken gezaagd, samen net iets breder dan de grootste breedte van het vlak. De planken zijn geschaafd en nu nog 35 mm dik. Dat moet voldoende zijn. Om de planken precies aan te laten sluiten zijn ze tegen elkaar aangelegd en is er een paar keer met de (cirkel)zaag tussendoor gezaagd. Dit wordt stokelen genoemd. Zie ook het boek 'De punter' van Gait Berk. Op de foto is het resultaat te zien.
Hoewel het een gave boom was, zitten er hier en daar wel wat ongerechtigheden: scheurtjes, een paar kleine kwasten die niet helemaal hard zijn. De slechte stukken frees ik tot de halve dikte van de plank uit. In het gat lijm ik een stukje hout. Bij een beschadiging door-en-door frees ik ook aan de andere kant tot halve dikte verspringend ten opzichte van het eerste gat en lijm ook daar een stukje eiken. Van voor naar achter is de middenlijn (centre line CL) getrokken. Van hieruit wordt op een aantal plaatsen de halve breedte afgepast. Met een soepele strooklat worden die punten verbonden en afgetekend.

naar begin pagina
Het uitzagen van het vlak Het vlak kan nu in vorm gezaagd worden. Het wordt eivormig met spitse voor- en achterkant. De zijden maken een stompe hoek met het vlak, een hoek van 142 graden bij de voorsteven verlopend naar 128 graden van achteren. Vraag is hoe zaag je dat het handigst. De volgende werkwijze leverde een goed resultaat: met de handcirkelzaag eerst tot tweederde van de dikte inzagen (bij dieper zagen loopt de zaag vast in de bocht van de zijkant) onder een hoek van 128 graden, daarna nog een keer door dezelfde zaagsnede maar nu zo diep dat de zaag er net helemaal doorheen gaat. Later met de hand (schaaf of haalmes) de zijkanten bijwerken van 142 naar 128 graden. Het vlak

naar begin pagina
Het verbinden van steven, vlak en scheg De stevens zijn aan de onderkant in het zijaanzicht zo breed dat ze uit twee stukken moeten worden samengesteld. Steven, middelste plank van het vlak en scheg worden met rvs draadeinden (A4 kwaliteit) aan elkaar verbonden.
Speciale aandacht vraagt de achtersteven en het roerbeslag. De ervaring leert dat je beter van te voren kunt bekijken welk roerbeslag te krijgen is, voor je de achtersteven (en het roer) maakt. De achtersteven op de tekening is 70 mm breed, maar ik wil hem iets smaller, niet dikker dan 50 mm. Ruimte tussen de plankenBovendien wil ik hem (net als op de tekening) met een klauw om de achtersteven en met een heel lange klauw onder aan het roer. Met Bert Reyntjes bekeken welk roerbeslag aan deze eisen voldoet. De extra lange klauw zal op maat gemaakt moeten worden.
Voordat de planken van het vlak met elkaar verbonden worden zet ik de onderkanten en de zijkanten in de onderwaterverf. De scheggen voor en achter worden klaargemaakt en geverfd. De binnenkant en de liggers verf ik met Ecoleum van Koopmans.
Vlak en liggers worden niet met houten pennen aan elkaar verbonden zoals 150 jaar geleden, maar met rvs slotbouten (A4 kwaliteit). Ik laat 3,5 mm ruimte tussen de planken voor het zwellen als de boot in het water ligt. Een testje heeft uitgewezen dat dat voldoende moet zijn voor planken van ongeveer 25 cm breed.

naar begin pagina
BouwmallenDe bouwmallen zijn gemaakt en opgesteld. Ik heb bouwmallen gemaakt voor de plaatsen die van groot belang zijn voor de vorm van de boot: vlak bij de voor- en de achtersteven en in het midden. Slecht ťťn kant van de mal heeft precies de doorsnede van de boot op een bepaalde plaats.
De buitenkanten van de mallen mallen worden niet afgeschuind. Bij het aanbrengen van de gangen raken ze vůůr de grootste breedte van de boot aan de voorste hoek van de mal, daarachter aan de achterkant.

naar begin pagina
Nu de bouwmallen staan kan ik een idee krijgen van de vorm van de gangen. Hoe bepaal je die vorm? Ik doe het bij voorkeur als volgt. Men neme lange stroken multiplex of dunne vuren planken. Ik had nog vuren liggen van 12 x 120 mm en 2.70 m lang. Ik bevestigde de planken ongeveer in het midden van de toekomstige gang en klem ze op de bouwmallen. Het is belangrijk ze niet naar boven of naar beneden te dwingen: gewoon soepel tegen de mal aandrukken en vastzetten.Vorm van de gang Waar de planken elkaar overlappen worden ze op elkaar vastgeschroefd.
Ongeveer elke 50 cm bevestig ik een dun latje met de onderkant precies tot waar de onderkant van de gang moet komen. Het geheel - planken met dwarslatjes - op het hout voor de toekomstige gang gelegd, geeft een betrouwbaar beeld van de loop van de onderkant van de gang.De breedte van de gangen bij de verschillende dwarsdoorsneden kan ik van de tekening afleiden. Als ik de vorm van de onderkant va n de gang heb, weet ik dus ook de vorm van de bovenkant.
Voor de zekerheid leg ik een dunne strooklat langs de punten waar volgens de tekening de bovenkant van de gang komt, om te zien of er geen rare kronkels in zitten. Na eventuele correctie weet ik welke vorm de eerste gang heeft en kan ik die vorm (ruim) uitzagen.

Reitdiep 2008

Het is prachtig weer, warm en weinig wind. Weer om op het water te zitten (en vrienden te helpen met het aanleggen van centrale verwarming). De afgelopen maand heb ik niet aan de hoogaars gebouwd. Sinds vorige zomer heb ik de Bleking eka om mee te varen. In de zomer zal er dus weinig gebouwd worden. Mij stoort het niet, ik kan niet twee fijne dingen tegelijk doen.

naar begin pagina
Branden van de gangen Hoewel het zeilen nog niet achter de rug is, ben ik deze maand (september 2008) weer met veel plezier begonnen met het bouwen. De onderste gangen zijn ongeveer in vorm uitgezaagd en bij een bevriende aannemer op dikte (22 mm) geschaafd. Mijn eigen van-dikte-bankje gaat maar tot 26 cm breed. Eiken planken van 22 mm dik en 35 cm breed buig je niet even, die moeten gestoomd of gebrand.
Branden van de gangen

Voor het branden van de gangen heb ik een butagasbrander gekocht die dakdekkers gebruiken. Het branden is geduldwerk: geleidelijk het hout verhitten tot het gaat buigen. Het is niet helemaal te voorkomen dat het hout zwart blakert. Op een van de foto's is te zien welke ronding de onderste gang bij de achtersteven maakt.

De onderste gang

Na het branden van het voorste deel van de eerste gang en het tijdelijk op zijn plaats klemmen,is al een beetje te zien hoe het moet worden. Dat stimuleert enorm!

Achtersteven

Begin december 2008: het lijkt of er niet veel gebeurd is sinds het laatste verslagje. Maar deze stap heeft heel veel inspanning gekost. De onderste gang zo branden dat hij met een sierlijke bocht, zowel langs het vlak als in de sponning van de achtersteven past, was een heidens karwei. Op oude foto's zie je ze met strovuren en dommekrachten in de weer om een gang de juiste vorm te geven. Ik deed het met een gasbrander, lijmklemmen en stempels. Er komen (ondanks het branden) grote krachten op de bouwopstelling en de stevens bij het buigen en klemmen van de gangen. Hierdoor treden vervormingen op. Denk je dat het past, blijkt het net niet helemaal zo te zijn.

Sponning voorsteven

18 december. Het voorste deel van de eerste gang aan stuurboord is gemonteerd. De voorkant heeft een veel eenvoudiger vorm dan de achterkant. Pas maken en branden gaat daardoor veel sneller. Het is nog bijna twee dagen werken voordat de andere kant van de eerster gang ook zit: sponning hakken in de voorsteven, de gang nog een beetje bijbranden, precies pasmaken aan de voorkant en de las met het achterste deel maken.

Gang 1-stuurboord

De las wordt simpel: de gangen precies tegen elkaar met een plank erachter. Plank en gangen worden aan elkaar geklonken met koperen nagels.
Iedereen een gelukkig nieuwjaar gewenst.

naar begin pagina
Aanbrengen van de 2e gang

Sinds december vorig jaar lekker opgeschoten. De tweede gang (van de drie) zit op zijn plek aan beide kanten. Deze gang is grotendeels slechts ongeveer 20 cm breed. En hij is geen 22 mm dik, maar 18 mm. Deze maten maken het buigen en branden veel eenvoudiger dan bij de onderste gang. Een 'makkie' zou je kunnen zeggen. Nog zo'n gang en de boot heeft zijn grootste breedte bereikt (2.20 m).
Nu het zo opschiet gaan mijn gedachten naar volgende fasen van de bouw: Binnenkant
hoe ga ik het dek maken en van welk materiaal (de tekening is van een ongedekte boot), hoe gaat het tuig eruit zien en hoe maak ik mast en ander rondhout. Dit denken heeft geleid tot allerlei schetsjes, maar ook tot de aankoop van twee grove dennen in platen van 27 mm dik. Dit grenenhout ga ik gebruiken voor het dek, het interieur en het rondhout.
Zodra de derde gang zit en de boot 'in het hout wordt gezet' (zoals het plaatsen van spanten en andere inwendige versterking werd genoemd) hoort u weer van mij.

naar begin pagina

De derde gang en de weger in de hoek tussen de derde gang en het boeisel zijn gemonteerd. Een nieuwe fase begint. Tijd om even afstand te nemen en met plezier te kijken naar het resultaat tot nu toe.KnieŽn Wie er zoals ik voor kiest een boot te bouwen op basis van een weinig gedetailleerde tekening en met ongeschaafd hout dat wordt aangevoerd met de bast er nog aan, moet zelf een heleboel voorbereidend werk doen, voor hij onderdelen kan gaan monteren. Ter illustratie een korte beschrijving van het werk dat vooraf gaat aan het maken van de spanten. Op de tekening is niet te zien hoe de spanten geconstrueerd zijn. Hoe zitten de knieŽn die het boeisel ondersteunen aan de spanten vast? Hoe zijn de liggers (verbinding tussen de onderkanten van de spanten) aan de spanten bevestigd? Als een besluit is genomen over constructie en de maten van de onderdelen, moet het hout uitgezocht worden waaruit die onderdelen gezaagd zullen worden. Aanbrengen spanten
Het hout moet (op dikte) geschaafd, de onderdelen op het hout getekend, uitgezaagd en pasgemaakt worden. Pas dan kunnen ze aan elkaar en aan de romp bevestigd worden.
Er is een andere aanpak mogelijk: een gedetailleerde bouwtekening en bouwbeschrijving kopen met perfect op maat gezaagd en gefreesd hout inclusief de schroeven, lijm, epoxy, beslag en de verf. In mijn optiek is een belangrijk verschil tussen beide manieren van bootbouwen (afgezien van de factoren tijd en geld), dat de bouwer met een bouwpakket gericht is op het klare eindproduct (een zelfgebouwde boot) en bouwers zoals ik de grootste bevrediging halen uit het bouwproces (met de nadruk op 'proces').

naar begin pagina
Spanten en knieŽn worden aangebracht

Het bouwproces gaat rustig door. Nadat de Blekinge eka was klaargemaakt voor het nieuwe zeilseizoen ben ik de spanten en de knieŽn voor het boeisel van de hoogaars pas gaan maken. Ik ben nu halverwege. Het meet- en tekenwerk blijkt goed gedaan te zijn. Met een nieuwe zaag voor de lintzaagmachine is heel nauwkeurig te zagen. De knieŽn worden met een rvs draadeind en een deuvel op de spanten bevestigd. Aan de onderkant moeten de spanten nog met elkaar verbonden worden.
Ik wens iedereen heel veel plezier op het water.

NoorderRaid 2009De tijd vliegt. Vier maanden geleden deed ik voor het laatst verslag. Deze zomer vrij veel gezeild met de Blekinge eka en weer meegedaan aan de NoorderRaid. Het is hartverwarmend om een aantal dagen met een groep geestverwanten te zeilen, te eten en te praten. Het is een prachtig gezicht, die eigenzinnige bootjes met loggerzeilen, spiet- en gaffeltuigen. Vorige week voor het eerst weer een aantal dagen achtereen aan de hoogaars gewerkt. Het boeisel begint vorm te krijgen.Boeisel
Elke kant gaat uit vijf delen bestaan. Ter hoogte van de mast is een extra zware spant gemaakt en een halve meter daarachter een extra knie om de krachten op te vangen die de mast en de zwaarden op de romp gaan uitoefenen. Ik overweeg de verdubbeling van het boeisel in dit gebied zoals ook wel bij houten schouwen werd gedaan. Het verlangen om met deze boot te varen wordt steeds sterker. Ik hoop dat ik in de zomer van 2011 met deze boot aan de NoorderRaid kan meedoen. Aan de slag!

naar begin pagina
Boeisel Het boeisel zit eraan! Aan de onder- en de bovenkant moet het nog afgewerkt. Het is niet voldoende dat de bovenkant overeenkomt met de tekening, het moet ook voor het oog kloppen. Met afplakband en met latten de zeeg gemarkeerd. Vooral de achterkant moet er goed uitzien: de ronde vorm moet zoveel mogelijk geaccentueerd worden. Door het boeisel is de romp 'vormvast' geworden en dus heb ik alle hulplatten en -mallen er direct uitgesloopt.
De mallen verwijderd
Nu toont de ruimte van de boot zich ongestoord door allerlei opstakels. Alles wat ik hierna ga bouwen staat niet meer op de tekening: het voordek, de gangboorden, de kajuitopbouw en de inrichting van de kuip. De volgende aflevering van dit logboek zal laten zien welke oplossingen ik heb bedacht voor de constructie van dekbalken en voordek.

Dekbalken Het voordek loopt tot vlak achter de mast. De mast komt op het dek en wordt strijkbaar. Direct achter de mast begint een bescheiden kajuitopbouw. Bescheiden zowel in hoogte (30 cm), lengte (120 cm) als breedte (140 cm). De gangboorden worden passend voor schoenmaat 46. Voor het tekenen van de bolling van het dek heb ik de beproefde methode gebruikt met de twee latten en de twee spijkers. Het monteren van de spanten is een kwestie van passen en meten.
Bevestiging dekbalken Het is niet eenvoudig om een enigszins bolle dekbalk passend te maken aan een naar binnen vallend boeisel dat vooral in het voorschip ook nog eens sterk gebogen is. Gangboorden en dek verlopen van voor naar achter gezien enigszins hol. Het beviel mij goed om in het midden, bij de gangboorden, te beginnen met het bepalen van de hoogte van het gangboord ten opzichte van de zeeg en vandaar naar voren te werken. Het dek krijgt nu een natuurlijk en ongedwongen verloop. Intussen schetsen gemaakt van het beslag dat ik door de smid wil laten maken: zwaard ophanging, kluiverring en giek beslag.

naar begin pagina
Zeilplan Op de tekening van de hoogaars ontbreekt een zeilplan. Er bestaan wel een tekeningen van een Kinderdijker hoogaars met zeilen, maar ik wilde toch liever een eenvoudiger te hanteren tuig dan in de 19e eeuw gebruikelijk was. Ik ben dus zelf gaan tekenen en rekenen en ben in overleg met Frank van Zoest (zeilmakerij Oar and Sail) op het bijgaande zeilplan uitgekomen: een grootzeil met gaffel, een werkfok op de voorsteven en een halfwinder op de kluiverboom.
Zeilen naaien Begin december 2009 heb ik bij Frank de snijpakketten van de zeilen besteld. In januari kon ik lekker warm, thuis, de precies in vorm gesneden banen in elkaar naaien, als alternatief voor bouwen in de werkplaats waar het met moeite tot 6-8 graden boven het vriespunt te stoken was. De werkfok van bruin dacron (bijna 5 m2) heb ik in elkaar genaaid op mijn Pfaff 130 trapnaaimachine. De halfwinder (15 m2) is een zeer bol gesneden voorzeil voor koersen van 50 graden ten opzichte van de wind en ruimer. De 28 onderdelen van dit zeil worden niet gestikt, maar geplakt met tweezijdig plakband. Frank van Zoest maakt het grootzeil (ook 15 m2).

Dekhout Het voorste deel van de kajuit is van zeer bescheiden hoogte, ongeveer 60 cm (dat is minder dan de ruimte onder mijn eetkamer tafel). Nu het dek nog niet ligt is het gemakkelijker om daar te werken. Dus heb ik de ondersteuning van de mast en de buikdenning alvast gemaakt. De mast wordt strijkbaar. Het dek heb ik ondersteund met een stuk rondhout van een voormalige Friese schouw. Na weken van voorbereidend werk (latten zagen uit platen grenen, op dikte schaven en groeven frezen) ben ik deze week eindelijk begonnen met het leggen van het dek.
Dekbalken De breedte van de planken (65 mm) is bepaald door de groei van de bomen waaruit ze zijn gezaagd. De grove dennen die ik had gekocht waren ongeveer 40 cm in doorsnee. Er zat rondom ongeveer 10 cm spinthout aan, het minder duurzame hout aan de buitenkant van de boom. Voor het dek kan je het best het kernhout gebruiken met staande jaarringen, dat wil zeggen van de middelste platen. Er valt dus een heleboel hout af dat ik ga gebruiken voor het aftimmeren van het interieur en het stoken van de open haard. De voorkant van de kajuitopbouw (met gaten voor de patrijspoortjes) moest al gemonteerd zijn voor het dek gelegd kan worden. Dit is een gebied waarop grote krachten worden uitgeoefend door mast en zijzwaarden. Ik heb de constructie zeer stijf gemaakt.

naar begin pagina
Het aanzicht van veel zeiljachten met een klassieke rompvorm wordt ernstig ontsierd door een hoge en slecht gevormde kajuitopbouw. Oorzaak: de behoefte aan veel ruimte onder dek: slaapplaatsen, kombuis, toilet, stahoogte enzo voort. Voor mij is het voldoende om zithoogte te hebben en ťťn vaste slaapplaats (ruimte voor een logeerbed in de kuip). Zithoogte voor mij is 130 cm. Met een holte van 70 cm heb je dan een opbouw van 60 cm nodig. Onacceptabel!
Kajuitopbouw Ik heb gekozen voor een lage vaste opbouw van 35 cm met een opklapbaar dak. Met opgeklapt dak is er 135 cm zithoogte. Het beweegbare deel is 125 cm breed en ongeveer even lang. De zijkanten volgen de gebogen vorm van de romp en staan schuin naar binnen evenwijdig met het boeisel. Op dit moment (eind maart 2010) ben ik met de constructie van het beweegbare dak bezig. Een bol kajuitdak (van multiplex) is licht en stevig. Toch heb ik daarvoor niet gekozen. Voor het bepalen van de vorm van het dak heb ik een paar mallen gemaakt: verschillende hoogten en verschillende vormen. Ik heb gekozen voor een vrij vlak en daardoor niet te hoog zadeldak. Nu de latten van het dak bevestigd zijn is duidelijk te zien hoe het eruit daat zien. Ik ben tevreden.

VoordekTer afwisseling de laatste tijd ook wat dingen voor anderen gemaakt. Jos van den Broek heeft een paar jaar geleden een Friese schouw van 70 jaar oud gerestaureerd, maar zat nog steeds met een slecht passende dektent. Voor hem ( en met hem) een nieuwe dektent over de hele boot gemaakt. En voor de reddingssloep die Bas en zijn vrienden hebben opgeknapt mocht ik de helmstok maken. Dek en dak van de hoogaars liggen erop maar moeten nog dichtgekit en afgewerkt.
KajuitdakOp bijgaande foto's is te zien hoe de kajuitopbouw eruit ziet, met het dak op- en neergeklapt. Verder wat kleine en eenvoudige werkjes gedaan: denning in de kuip gemaakt, wandje met luik van het achteronder gemaakt. Voor ik de achterwand van de kajuit ga maken, wil ik de slaapplaats in de kajuit maken en een zitplaats. In de wand komt een harmonika-deur met twee panelen van elk 25 cm breed, rechts van het midden. Maar daarover later meer!

naar begin pagina
De kuip gaat er uitzien als was het een open boot; buikdenning van latten, vrij smalle banken van latten zodat je tegen de binnenkant van de romp aankijkt. Niet alles weggewerkt en dichtgetimmerd. Ik heb informatie gezocht en praktisch onderzoek gedaan naar de vormgeving van de banken. Door het sterk vallende boeisel en het smalle achterschip is er achterin de kuip niet veel ruimte. KuipbankDe banken wilde ik niet breder maken dan nodig, maar wel op een comfortabele hoogte. De diepte van de zitting wordt bijna 30 cm en de hoogte van de rugleuning 25 cm. De zitting bestaat uit eiken latten die van achter naar voren de ronding van de zijkant van de boot volgen. De zitting heeft een enigszins holle vorm. Ik hoop dat mijn maten en vormen niet zoveel afwijken van het gemiddelde, dat ook anderen redelijk comfortabel kunnen zitten. Natuurlijk ook de kajuitwand gemaakt, want daaraan is de voorkant van de bank 'opgehangen'. Nu de kuip zo goed als klaar is, en de zomer is aangebroken (34 graden C in de werkplaats bij een luchtvochtigheid van 100% op een gegeven moment), vraag ik mij af wat ik nu eerst ga doen. De grote onderdelen die nog moeten zijn: rondhout (mast, giek, gaffel), zwaarden en roer.

Voordek Ik wil nu eerst ervaring opdoen met het maken van holle rondhouten en begin met de giek. Die wordt relatief (vergeleken met de mast) eenvoudig: 3.60 lang, vierkant ongeveer 70 x 100 mm, de achterste anderhalve meter verjongend aan de onderkant. Vandaag uit Douglas vier latten van vier meter gezaagd, geschaafd en gefreesd om de giek van te maken. Aan de uiteinden is de giek gevuld om de bevestiging van beslag meer houvast te geven. Op de foto ontbreekt nog de lat voor de bovenkant. Het geheel is in elkaar gelijmd met twee componenten polyurethaanlijm van Bison. De gaffel op dezelfde manier gemaakt. Deze is 3.30 meter. De vork die om de mast grijpt wil ik van essen of eiken maken.

naar begin pagina
Gaffelklauw En wat heb ik geleerd van het maken van de holle giek en gaffel? Dat ik de onderdelen heel erg nauwkeurig moet zagen en schaven. Een kleine oneffenheid in een lijnvlak maakt dat de lijmverbinding decimeters lang verzwakt wordt. Bovendien dat ik de neiging heb om onderdelen nogal zwaar te maken. Ik heb van giek en gaffel achteraf de wanddikte nog iets dunner gemaakt. Voor een holle mast geldt als vuistregel voor de verhouding van de doorsnee : lengte van is 1 : 50. De lengte van de mast wordt 6,5 meter. De doorsnee moet dus ongeveer 13 cm worden en dat wordt hij ook. De voorbereidingen voor het maken van de mast zijn getroffen: latten van 6,5 meter gezaagd en geschaafd en profielen gemaakt die de latten bij elkaar moeten houden als ze gelijmd worden. Maar over het maken van de mast later meer!

Dek kitten Door de warmte in juli 2010 is het dekhout flink uitgedroogd. Toen ik de Douglas spar kocht in februari van dit jaar was het hout winddroog, ongeveer 16% vocht. Ik heb geen vochtmeter, maar verwacht dat het vochtpercentage in de buurt van de 10 zal liggen. Dit lijkt mij een goed moment om de naden te dichten. Ik gebruik daarvoor Simson deck caulk. Voor de zekerheid helemaal volgens de instructies van de producent: primer voor optimale hechting aan de zijkanten, pvc tape op de bodem van de uitgefreesde naden, en vullen met zwarte kit. Hierboven, onder de kop 'Dek en kajuitopbouw' is de dwarsdoorsnede van het dekhout te zien. De site van Bostic/Simson is zeer informatief over diepte en breedte van de naden, werkwijze bij het kitten en zo, al gaat het vooral over teak dekken (iets chiquer dan snel gegroeide Douglas sparren uit Nederlandse Staatsbossen).

naar begin pagina
De vogelbekmethode De verstaagde mast staat op het dek. De doorsnee aan de onderkant wordt 13 cm en aan de bovenkant 9 cm. Ik kon een Douglas spar kopen van 6,5 meter waardoor in de lengte geen lassen nodig zijn. De holle mast wordt volgens de 'vogelbekmethode' uit acht latten samengesteld. Op de foto van het korte proefstukje is duidelijk te zien waaraan deze methode zijn naam dankt. Het bouwen wordt een stuk eenvoudiger als van tevoren een aantal mallen ter ondersteuning van de latten wordt gemaakt. Vijf van de acht latten worden daardoor bij elkaar gehouden. De mallen moeten zo worden opgesteld dat de binnenkanten van de latten allemaal op gelijke afstand van het middelpunt liggen. De mast van boven naar beneden

Ik heb een touwtje gespannen tussen begin en einde van de mast terwijl de eerste vijf latten nog zonder lijm in de provisorisch opgestelde mallen lagen. Begin en eind van het touwtje liep precies door het middelpunt van de dwarsdoorsneden aan de uiteinden. Ik heb de mallen definitief vastgezet toen ze de eerste vijf latten zo ondersteunden dat het touwtje op zeven meetpunten precies door het middelpunt van de dwarsdoorsneden liep. Ik ben ervan uit gegaan dat de mast op deze manier precies recht wordt.De mast gelijmd

In de uiteinden van de mast is een massieve kern gelijmd. Masten worden vaak met epoxy verlijmd maar ik heb 2 componenten polyurethaanlijm gebruikt. Het was met twee man hard werken om - voordat de lijm stijf begon te worden - alle lijmnaden gelijkmatig in te smeren en de latten in de mallen te leggen en met tiewraps te beknellen.
Duckworks 'the online magazine for amateur boatbuilders' heeft zeer informatieve pagina's over het maken van een holle mast, met duidelijke tekeningen, tabellen en calculators. Http://www.duckworksmagazine.com/04/s/articles/birdsmouth/index.cfm .

naar begin pagina
Roer Nu de mast zo goed als klaar is heb ik zin om aan het roer te beginnen. Het is een typisch 'ondiep water'roer. De waterlijn van het roer is een meter lang, maar de diepte net 20 cm. Het roer is een legpuzzle met acht stukjes. Moet voor een 65plusser te doen zijn. De onderdelen worden met 'half/half verbindingen' aan elkaar gelijmd. De vorm van de roerkop en de helmstok doet er eigenlijk niet toe. Juist daarom zie je dat de bouwers van klassieke jachten zich hierop uitleefden. Voor mij geen gebeeldhouwde roerkop met vissen, leeuwen of draken. Ondanks het kajuitje en het voordek moet deze boot er als een werkboot blijven uitzien. Ik heb me ingehouden. De helmstok is in zijaanzicht wel sierlijk hol gebogen en samengesteld uit eiken (donker) en grenen (licht van kleur).

Delen van het roer uitgelegd

Over de constructie en de plaats van de zijzwaarden ben ik erg onzeker geweest. Op de tekening die ik gebruik staan geen zwaarden getekend en ook niets dat duidelijk maakt waar de zwaarden gezeten moeten hebben. Voor ik het zeilplan tekende heb ik het lateraalpunt zonder zwaarden berekend. Het zeilpunt met kleine fok ligt natuurlijk verder achterwaarts dan met de grote fok op de kluiverboom (zie hierboven bij Zeilen naaien).

Zwaard Vanwege deze onzekerheden wil ik de zwaarden naar voren en achteren verplaatsbaar maken. In overleg met de smid die de ophanging gaat maken (Dick Norg in Baflo) heb ik gekozen voor twee ogen in het gangboord waaraan een zwaard opgehangen kan worden, het ene oog vlak achter de mast, het tweede 30 cm verder naar achteren. De zwaarden moeten vrij lang zijn (ongeveer 135 cm) om voldoende diep te steken (ruim 60 cm). De grootste breedte is ook 60 cm. Ze krijgen in doorsnee het vleugelprofiel dat volgens sommige deskundigen de meeste weerstand geeft tegen verleieren: een klein beetje hol aan de buitenkant en flink bol aan de binnenkant. De ondersteuning van de zwaarden door de strijkklamp, wil ik zo maken dat het 'voorlijk' van de zwaarden evenwijdig loopt met de hartlijn van de boot.

naar begin pagina
Achterdek Het hoogaarsje heeft haar grootste breedte bereikt. Als ik goed gemeten heb kan ze met een paar centimeter speling aan weerzijden de werkplaats uit, volgend voorjaar. De rompvorm is nu helemaal duidelijk. Door het berghout lijkt de kont wat ronder. Daar ben ik blij om, want tot nu toe leek de achterkant spitser dan de bedoeling was.
De symmetrie is niet perfect, maar de afwijking niet erg storend, vind ik. Tijd om even van afstand te kijken naar het resultaat tot nu toe. De vormen tot me door laten dringen. Ik ben deze boot immers gaan bouwen omdat ik de vormen zo mooi vond.Ook het voordek begint zijn definitieve uiterlijk te krijgen. Tijd om het overtollige kit weg te steken, het dek te schuren en in de olie te zetten.
VoordekVandaag de definitieve plaats van de mastvoet bepaald en de gaten geboord voor de bevestiging ervan.

naar begin pagina
Vrouwtje De mast kan niet opgericht worden zolang de boot binnen ligt. Mast en mastvoet zijn liggend pas-gemaakt. De onderkant van de mast moet vastlopen op de bodem van de mastkoker als de mast opgericht wordt. Boven in de mast is een metalen ring met vier ogen vastgezet. Oog aan de voorkant voor de halfwinder, ogen aan de zijkanten voor de wanten en een oog aan de achterkant voor de piekeval (ophijsen van de gaffel). Een meter daaronder heb ik van hout (fraai gevormd) klosje gemaakt dat ervoor moeten zorgen dat de voorstag, de fokkeval en de klauwval op hun plaats blijven. De vallen lopen over stropblokken, dat zijn blokken zonder ijzeren beslag. Ze worden opgehangen aan de strop van touw die er omheen wordt vastgemaakt. Het schiemanswerk (knopen en splitsen van touw) vind ik erg leuk om te doen. En een aantal blokken wil ik ook zelf maken. Intussen is vriend Wil van Haarlem bezig met het deurtje van de kajuit. Op z'n kantIn de opening van 50 cm komen twee deurtjes van 25, die tegen de kajuitwand opengevouwen kunnen worden. De kluiverboom is gemaakt van de giek van een zeer oude (niet meer bestaande) Friese schouw. De oude lagen vernis en verweerd hout verwijderd. Al het rondhout kan nu in de olie gezet worden. Als in het voorjaar de boot naar buiten moet om mast, staand- en lopend want te installeren wil ik dat de dektent over kajuit en kuip klaar is. Sombere koude dagen gebruik ik om thuis, lekker warm en licht, aan de dektent te werken.

naar begin pagina
Rondhout oliŽn Het rondhout van mast, giek, gaffel en kluiverboom in de Owatrol D1 olie gezet en afgewerkt met D2. Het ijzerwerk dat door de smid is gemaakt heb ik zwart geverfd omdat ik dat beter vind staan dan glimmend rvs op deze klassiek-ogende boot. Nu de boot op de bakboord-zijkant ligt kan ik goed bij het vlak en de andere zijkant om naden in het vlak dicht te kitten, de kim af tewerken en de zijkant in de zwarte verf te zetten. Essen kikkers en een stropblok gemaakt. Dit is een tijd van regelen, plannen, logistiek. Zorgen dat ik verder kan met afwerken, verven, monteren van beslag. Ik vind het moeilijk om geconcentreerd te blijven bij schaven, schuren, schilderen. Dit voelt als "laatste loodjes". En iets heel anders: de boot zal over een maand of twee naar buiten moeten om de mast op te richten, en het staand- en lopend want te installeren. Er moet dus iets komen waarop zij naar buiten gerold kan worden, een kar, onderstel met wielen, trailer. Ik ben niet van plan om met deze boot over de weg te gaan rijden. Een boottrailer heb ik dus niet nodig. Op internet gezocht naar een soort onderstel, as met wielen die ik voor weinig geld geschikt kan maken om de boot mee te verplaatsen. Morgen ga ik zoiets bekijken en hopelijk kopen en meenemen. Gekocht en meegenomen. Weer een zorg minder! In de zwarte verfDe boot weer recht gelegd. Ik heb een lange lijst gemaakt van onderdelen die nu kunnen worden afgewerkt: kuip en banken in de olie zetten, buikdeining schilderen, dek en kajuitopbouw in de D2 olie. Kajuitdeurtjes maken en afhangen. En plotseling wist ik hoe ik de buitenboordmotor wilde ophangen. De eikenhouten motorsteun op maat gemaakt en daarmee naar de smid om te vragen of hij de demontabele bevestiging aan de boot die ik bedacht had, acceptabel vond. Ja acceptabel, en hij bedacht nog een slimme vergrendeling. Motorsteun is dus in de maak! Foto komt later.

naar begin pagina
Bakboordszijde In deze fase van het afwerken moeten binnen- en buitenkant van de romp geschuurd, schoongekrabt en gekit worden als voorbereiding op het schilderen en olieŽn. De bakboorzijde van de romp en die helft van het vlak zijn nu ook afgewerkt en in de zwarte verf gezet. Als je er zo met je neus bovenop zit zie je goed waar de slordigheden zitten: een naad die niet perfect sluit, overgangen tussen gangen die niet helemaal mooi zitten. De schuurmachine en de kitspuit kunnen wel wat corrigeren, maar ik moet de onvolkomenheden aanvaarden. Ik troost mijzelf met de gedacht dat ik schoonheidsfoutjes niet meer zie als de boot vaart. En structurele fouten?
We zullen zien. DeurtjesAls de eerste laag verf of olie erop zit, is het verder een kwestie van 'gewoon' doorzetten. Sinds vandaag zit de BB zijde in de eerste laag zwarte verf.
De vormgeving van een paar onderdelen van de boot verdiende volgens mij extra aandacht; het luik naar het vooronder, de kajuitopbouw, de banken in de kuip, en het deurtje van de kajuit. Het is een vouwdeurtje met twee helften van 25 cm breed. Vraagt weinig ruimte in de kuip bij openen en sluiten. Vriend Wil heeft ze gemaakt.

naar begin pagina
Waterlijn Op de bouwtekening uit 1863 van de ongedekte hoogaars met bun staat en waterlijn getekend. Het is zo goed als zeker dat de feitelijke waterlijn van de boot die ik gebouwd heb, niet precies overeenkomt met die getekende. Het is gokken om nu te bepalen hoe diep de boot die ik gebouwd heb in het water komt te liggen. Die gok ga ik wagen. Het begint met een potloodstreep op de voor- en achtersteven, 5 cm hoger dan de waterlijn op de tekening. Controleren of de boot links-rechts waterpas ligt. Voor en achter de boot, haaks op de middenlijn, mooie rechte latten stevig bevestigen ter hoogte van de veronderstelde waterlijn. Het horizontale vlak dat je kunt denken tussen de bovenkanten van beide latten is het rimpelloze wateroppervlak. Span een touwtje tussen de lat voor en achter dat bijna de romp raakt. Markeer die plek op de romp. Verplaats het touwtje om elke 50 cm zo'n raakpunt op de romp te markeren. Verbindt die punten tot een vloeiende lijn, afplakken en verven! Belangrijk moment .... De boot kan nu naar buiten.

naar begin pagina
Want Het staand want is niet zo ingewikkeld: rvs verstaging voor en zij. De puttings een halve meter achter de mast geplaatst zodat de zijstagen goed weerstand bieden tegen grote krachten op de fokkestag. Geen bakstagen. De halfwinder wordt vliegend gevoerd op de kluiverboom. Omdat dit voorzeil onder het varen moeilijk te bereiken is wordt het op aanraden van de zeilmaker Frank van Zoest met een fokroller ingenomen. In het hoofdstuk 'Zeilen naaien' staat een afbeelding van het zeilplan. Metalen en houten bevestigingspunten voor verstaging en vallen, met de nodige blokken, zijn aan de mast bevestigd. Een paar blokken heb ik zelf gemaakt. De mast kan gezet worden. Dat lukte eerst niet helemaal omdat de oplopende voet, waarop ze moet staan als ze precies rechtop staat, iets te dik was. Om de mast 'single handed' te kunnen strijken en zetten is een bokkepoot of een sprenkel nodig. Het wordt een bokkepoot. Ik heb van hout een model gemaakt van ťťn poot die precies de ronding van het voorschip op het dek heeft. De smit gaat dit van ijzeren buis maken. Het oog voor de bevestiging van de giek op de mast nog wat hoger geplaatst om beter onder het grootzeil door te kunnen kijken.

naar begin pagina
Droogte De weken dat de boot buiten heeft gestaan was het extreem droog en zonnig. Het kajuitdeurtje dat precies paste heeft na twee weken 6 mm ruimte. Naden van het boeisel die strak sloten zijn iets open gaan staan. Vanaf de eerste dag dat ze buiten stond heb ik elke dag water in de boot gegooid en de bodem bedekt met juten zakken. Toch bleef ze lekken. Vlak voor de geplande tewaterlating heb ik besloten om alle daden leeg te halen en opnieuw te kitten. De Ceta Bever Polymax blijkt niet te hechten aan de verf die ik onderwater (ook aan de zijkanten van de bodemplanken) heb gebruikt. Alles opnieuw gekit met Shell Tixophalte. Hopelijk hecht dit beter op de Tenco Bottomcoat.

naar begin pagina
Tewaterlating Op 14 mei 2011 is het zover. De boot wordt Saeftinghe gedoopt, naar het dorp dat aan het Verdronken Land van Saeftinghe zijn naam heeft gegeven. Verwijzing naar lang-vervlogen tijden, de kracht van de zee. Maar ook naar de Schelde en het Belgisch-Nederlands grensgebied dat ik associeer met de grote hoogaarzen die ik in mijn jeugd nog heb zien varen (op de motor). Ondanks de nieuwe kit bleken er toch nog een paar lekken in het vlak te zitten. Met een pomp erin een week laten weken en hopen dat ze dichttrekt.

naar begin pagina
Vooraanzicht Na de tewaterlating begon een nieuwe fase in de bouw van de Saeftinghe. Noem het maar de afbouw. Ook na een maand in het water was ze nog niet goed dicht. De dikke planken van het vlak, dik in de onderwaterverf, nemen waarschijnlijk minder snel water op dan onbehandelde dunnere planken waarmee ik jaren geleden het experiment deed om er achter te komen hoeveel milimeter planken van 25 cm breed uitzetten als ze in het water liggen. Intussen is ze zo goed als droog. Een andere ongewenste eigenschap is haar loefgierigheid. Een klein beetje is wel aangenaam. Maar ze was zo loefgierig dat ze in windvlagen bijna uit het roer liep. Heb ik de scheg aan de voorkant toch te groot gemaakt? Op het oog ligt ze van achter niet diep genoeg in het water. Als ik haar achterin ballast, verschuift het lateraalpunt naar achteren en zou ze minder loefgierig moeten worden. De zwaarden hangen al op het achterste bevestigingspunt. Met een vriend van 100 kg aan het roer zag het er al een stuk beter uit. Bij een schroothandel 100 kg lood gekocht om cakejes van te smelten. Met die cakejes achterin ligt ze al een stuk beter op het water en voor het gevoel ook wat vaster. Later kan ik nog bekijken of aanpassingen boven water (de zeilen) nodig zijn om te zorgen dat ze nog beter op het roer gaat liggen. Enkele blokken, kikkers en klemmen bleken niet op de beste plek te zitten. De lazy-jack bevalt prima. De vallen en de kraanlijn worden nu nog op de mastvoet belegd. Ik wil ze ook vanuit de kuip kunnen bedienen. Daarvoor moeten de vallen via blokken op de mastvoet naar de achterrand van het kajuitdak geleid worden. Gelukkig heb ik bij de constructie van het kajuitdak hiermee al rekening gehouden.

naar begin pagina
Zijaanzicht Gisteren en vandaag (eind juli 2011) voor het eerst het gevoel gehad dat ze goed vaart, in bedwang te houden is en goed op het water ligt. Het kan nog beter - nog iets minder loefgierig - maar zelfs met een dikke windkracht 4 was ze goed te hanteren. Nu nog de mogelijkheid maken om onder het zeilen een rif in het grootzeil te zetten. Liefst zonder motor en zonder hulp van een tweede man/vrouw. Met een boot als de Saeftinghe blijf je bezig. De bouw, bijna vier jaar geleden begonnen, beschouw ik nu als afgerond. Dit is de laatste bijdrage aan het logboek van de bouw van de Kinderdijker hoogaars Saeftinghe. Dank aan vriend Wil die mij heel veel heeft geholpen en die luisterde en kommentaar gaf als er problemen moesten worden opgelost. Dank aan allen die af en toe langskwamen op de werkplaats om te zien hoe het er voor stond of belden om te horen hoe het met mij ging. Dank aan Bert Reyntjes die ruimte op zijn website aanbood voor dit logboek, en zonder morren op zoek ging naar de leverancier van net weer een andere roerophanging, schootlier, messing boutje of afwijkende maat houtschroef. Het hoogaarsje en ik zijn bezig aan elkaar te wennen. Ik denk wel dat we van elkaar gaan houden. En dan het Wad op!.

Aan alle lezers: vaarwel.

Zijaanzicht

naar begin pagina
Twee jaar later.
Eind juli 2011 was ik al redelijk tevreden over de zeileigenschappen, maar echt gelukkig was ik nog niet mee. (Zie: Ze kan zwemmen!). Na een jaar, anderhalf jaar varen, werd mij duidelijk dat ze twee zwakheden/foute karaktertrekken had. Ten eerste die loefgierigheid en ten tweede bleek de verf en de olie die ik gebruikte op het eiken als sneeuw voor de zon te verdwijnen.

Loefgierigheid.
ZijaanzichtOp een platbodem met zo'n korte waterlijn als het hoogaarsje (net iets meer dan 5,5 m bij een bootlengte van 7 m) is de balans tussen de krachten boven en onder water snel verstoord. Vaar je lekker met een rif in het grootzeil aan de wind met Bft 3, wordt ze loefgierig bij een aantrekkende wind, zeilend op een ruime koers. Conclusie: meer trimmogelijkheden maken, boven water en onder water.

Ten eerste heb ik nieuwe zwaarden gemaakt: 50 cm langer en onderaan 15 cm smaller. Vertikaal in het water hebben ze een groter nat oppervlak, dus meer weerstand tegen verleieren. Schuin in het water geven ze meer lateraal vlak achter het midden en dat werkt de loefgierigheid tegen. Meer trimmogelijkheid dus.

Zijaanzicht Ten tweede heb ik een kluivertje gemaakt, een extra voorzeiltje, voor de fok. Dit geeft wat extra kracht en gaat het in de wind draaien goed tegen. Van de loefgierigheid is alleen dat kleine beetje over dat je met twee vingers kunt corrigeren en je het gevoel geeft de boot in de hand te hebben, ook bij vlagen. Om bij het kruisen niet nog meer werk te hebben, (zwaarden, fok, kluiver) heb ik de fok zelfkerend gemaakt. Die zet je nu met ťťn schoot vast met de gewenste uitslag naar beide kanten. Vaar een ruimere koers, dan kan je die ene schoot wat vieren.

terug naar pagina-begin